Augustus 2026
Veldliefs
‘t Was dag, en Phoebes pruik, getooit met roode rozen,
Deed al wat adem schiep door zijne straalen bloozen:
En dreef het wollig Vee ten groene velden af,
Dat, moede en afgemat, zich voor een poos begaf
Naer ‘t welig ijpen bosch, vol schaduwrijke bomen,
Daar ’t bij een zilv’ren beek, langs kabbelende stroomen
Zich weêr op nieuw verfrischt, terwijl ’t in deezen tijd,
In rust, herkaauwende, zijn voedzel langzaam slijt.
Uit ‘Veldliefs’ in ‘Dichtlievend tijdverdrijf of proeven van dichtoeffeningen’ door Dirk Kuipers (1733-1796) (woonde omstreeks 1765 in Voorschoten)