Een winterwandeling met Remco Campert (1929-2022)
Door een oprechte opwelling van literaire bevlogenheid heeft de Gemeente Voorschoten een aantal jaren geleden een klein “letterenwijkje” gerealiseerd in Allemansgeest. Dit is natuurlijk een goudmijn van inspiratie voor onze Stichting Poëzie Voorschoten! Ingeklemd tussen de Krimwijk en de Vliet heeft hier een aantal grootheden uit de Nederlandse literatuur een onderdak gevonden tussen de stenen en het groen. Onder hen is Remco Campert, gelauwerd dichter (Prijs der Nederlandse Letteren 2015). Waar andere dichters en schrijvers hun naam mogen tooien met de uitgang -straat of -laan bleef voor de beminnelijke dichter slechts het bescheiden -pad over: het Remco Campertpad.
Onlangs liep ik over dit pad en plotseling vielen mij de beginwoorden te binnen van zijn gedicht “Koud” die mij heel toepasselijk leken voor het komende seizoen:
Winter nadert.
Ik voel het aan de lucht
En aan de woorden die ik schrijf.
Kunnen woorden de winter aankondigen?
De dichter meent van wel; woorden zijn essentieel in de communicatie tussen mensen. In het derde couplet verlangt de dichter naar een ster die “woorden warmte geeft”. De dieren en de bomen spreken niet, slechts mensen kunnen elkaar woorden geven. En dat is heel bijzonder. In de woorden van de dichter kunnen mensen onderdak vinden als ze troost nodig hebben. Of kracht om bestand te zijn tegen de getijden van het leven. Of vreugde, als er iets te vieren valt. Maar woorden kunnen ook boosheid of woede behelzen, en dan lijken zij zich eerder tegen de dichter te keren zoals blijkt uit het einde van het gedicht:
Ik ben. Een stem, stervend en koud, vol. Winterse woorden
In dit gedicht komt de verscholen waarde van poëzie voor ons tot uitdrukking. Dat is voor veel mensen het moeilijke van poëzie: wat heb je er aan ? We kunnen niet zonder voedsel, water, slaap of zuurstof. Maar poëzie? In de laatste weken van het jaar zijn wij vaker tot reflectie geneigd dan in de andere seizoenen. De hectiek van het dagelijks leven slokt ons op, slokt onze woorden op, zodat wij bijna letterlijk stilzwijgend verder met en langs elkaar leven. Daar wil de poëzie graag een stokje voor steken.
Niet alleen deze dichter spoort ons aan tot nadenken. De wijk leent zich heel goed voor een literaire wandeling: u kunt hier leeswandelen of wandellezen, dat wil zeggen eerst een gedicht lezen en dan de wandeling maken, of eerst wandelen en dan een gedicht lezen van de betreffende dichter of dichteres.
Daarom een goede raad: schaf u een kloeke bloemlezing aan van de Nederlandse poëzie en ontdek welke geheimen u nog meer kunt ontfutselen aan de dichters van onze Parel aan de Vliet, door een wandeling die warm wordt aanbevolen!
Steven Beij, penningmeester Stichting Poëzie Voorschoten